Van Medan naar Bukit Lawang, over gaten in de weg en hangbruggen…..


Na een verbazingwekkend goede nachtrust was het heerlijk opstaan met een koele (28 graden) buitenlucht die door de flinke nachtregen goed afgekoeld was.

Vol met energie werd de hoteltuin ontdekt en was het hek van de dam want daar kon met met een heuse hangbaan van de ene kant van de tuin naar de andere geslingerd worden.

In het hoofdgebouw van het hotel aangekomen konden we gelijk aanschuiven voor het ontbijt. We hadden vip seating wat betekende dat we een prachtig uitzicht over de hoteltuinen hadden. Het ontbijt is prima lekker veel fruit en een vers gekookt eitje maken de traveler helemaal happy.

Na het ontbijt wordt de auto door onze chauffeur Udi voorgereden en kunnen we op weg naar Bukit Lawang. Een afstand van zo’n kleine 90 km waarvoor je toch echt drie a vier uur moet rekenen gezien de toestand van de weg. Onnoemelijk veel gaten en verkeersgebruikers die er een potje van maken….

onderweg is er natuurlijk veel te zien en vragen we onze gids Maurice de oren van het hoofd.

We zien veel bandenhandelaars onderweg die tweedehands banden te koop aanbieden, de aanschafwaarde ligt ver beneden de nieuwprijs dus voor veel Indonesiërs met een maandinkomen van 350 euro een goede optie.

Er is behoorlijk wat nijverheid onderweg en het is een drukte van belang.

Omdat het op de route ligt en we er dan later niet voor om hoeven te rijden bezoeken wij de Indian catholic church. Officieel heet het de Onze-Lieve-Vrouw van Goede Gezondheid Kerk. Het is een Maria-heiligdom gebouwd in de Indo-Mogul-stijl en werd in 2005 geopend. Het is gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Goede Gezondheid, een Mariaverschijning uit de 17e eeuw in Velankanni, Tamil Nadu India.

De Traveler heeft het gevoel in een soort heiligdom pretpark te zijn beland en kijkt zijn ogen uit.

Maurice de gids drukt ons op het hart niet te veel aan father James, de creator van de kerk te vragen. Als father James vol passie begint te verhalen dan sta je minimaal drie uur later nog te luisteren met gloeiende oortjes.

Natuurlijk moet de traveler ook hier met zijn fans op de foto hetgeen hij graag doet.

en door gaat het naar Bukit Lawang.

Maurice vertelt ons van alles over wat we zoal zien onderweg, onder andere dat de watervoorziening infrastructuur door de nederlanders opgezet is en nog steeds gebruikt wordt, de drinkwaterkwaliteit is ten opzichte van de Europese drinkwaterkwaliteit op 50% en het doel is naar 100% te gaan maar daarvoor moet de infrastructuur volledig vervangen worden. Gelukkig is het parlement het er mee eens.

Vroeger was suikerriet de bron van inkomsten op Sumatra maar dat is inmiddels verschoven naar Java, dat is een van de redenen dat je veel lege suikerfabrieken ziet.

We rijden door de stad Binjai en die ziet er ongewoon schoon uit; Maurice legt uit dat hier een pilot loopt op het gebied van recycling, klaarblijkelijk werkt het.

Overigens Binjai is een boom die bij de rivier staat.

In Binjai valt het op dat er veel Ruko’s zijn, een combinatie van een huis met een winkel welke vaak door chinezen gerund wordt.

Aangezien we in moslim territory rond rijden zien we veel aanduidingen van non hallal, hallal enzovoort. B1 en B2 kennen we echter niet maar daar komen we door Maurice redelijk snel achter; B1 betekent dat er hondevlees verwerkt is en B2 varkensvlees. Kortom de Traveler zal vanaf vandaag de B1 resto’s vermijden.

Na een korte stop bij een fruitstalletje waar we onder andere snakeskin fruit kopen en palmolie houdende vruchten bekijken gaan we weer onderweg naar onze lunch plek bij Oma en Opa.

Uiteindelijk stoppen we midden in de dessa bij een restaurant oma opa genaamd waar de eigenaar vele talen spreekt waaronder Nederlands. De Traveler en Marina worden met bloemen verwelkomd en mogen een keuze doen uit het uitgebreide lunch menu

o

Natuurlijk nemen we ook een foto van de kersverse opa, Udi onze chauffeur heeft een kleindochter gekregen. Hij is apetrots en heeft alle foto’s met ons gedeeld.

Uiteindelijk komen we aan bij de rand van het grote National Park Gunung Leuser waar het kleine dorpje Bukit Lawang ligt. Het dorp, ook wel Bohorok genoemd, is in 1973 gesticht en is mooi gelegen tussen hoge bomen aan de rivier de Landat. Om de eco-lodge waar we verblijven te bereiken moeten we een hangbrug over. De lokale bevolking wil tegen een kleine vergoeding best de koffers over de brug sjouwen hetgeen de Traveler een geweldig idee vindt en grif 1,20 euro betaald om dit te laten uitvoeren.

Na snel ingecheckt en opnieuw een prima kamer met buiten badkamer en toilet gekregen te hebben

en de juiste kleding aangedaan te hebben, verkennen we de omgeving; er zijn 5 hangbruggen van diverse kwaliteit.

De hoogste is in het midden van het dorp gelegen en is de meest solide van de 5. Wat wel een beetje vreemd is is dat de treden er naar toe serieus steil en bijna niet te nemen zijn. Langs de rivier zijn er diverse muurschilderingen welke niet misstaan in het landschap.

Aangezien het opnieuw blistering hot is verpozen wij een tijdje bij de rivier in de schaduw om uiteindelijk terug te keren naar de kamer om ons op te frissen.

Om zeven uur ontmoetten wij onze ranger die uiteindelijk moet besluiten of we twee dagen mee mogen de jungle in.

Klaarblijkelijk hebben we een goede indruk gemaakt want we spreken af de volgende ochtend na het ontbijt weg te gaan voor de twee daags trek in het national park.

Hierna eten we opnieuw heerlijk (ons laatste galgenmaal?) en gaan we op tijd naar bed en dromen van Orang Oetans en ander gespuis.

Categories: Indonesia, reizenTags: , ,

1 comment

  1. Fingers crossed for the orange friends!

Leave a Reply

%d bloggers like this: