Padangsidempuan, in transit naar Bukittinggi


Helaas moeten we vandaag ons kleine paradijsje in Tuk Tuk op Samosir verlaten, we gaan ons in een tweetraps etappe verplaatsen naar Bukittinggi. De auto met driver Udi is reeds om 04:30 vertrokken naar de ferry en wij gaan met de voet-ferry naar de overkant. De reden dat we deze etappe in tweeën gehakt hebben is, dat het een totale afstand is van 530 km, wat in Europa betekent, dat je dan in een uur of vijf wel op de plaats van bestemming bent. In Sumatra betekent dat veertien tot vijftien uur reizen als je geluk hebt.

De boot die in Nederland op de derdehands markt niet veel zou opbrengen, arriveert luid toeterend en via een speciaal stenen opstapje klimmen we aan boord. We nemen plaats op het upperdeck want als het pieremegoggel omslaat hebben we nog een mogelijkheid het vege lijf te redden. Als een echte bus doet ie verschillende stops aan en keert zelfs om, als blijkt dat iemand net aankomt als de boot net vertrokken is.

We werpen nog eenmaal een blik op de Tabo cottages en zwaaien naar de achterblijvers.

Gelukkig hebben we een oplettende kapitein die alles onder controle heeft op de brug

Het ritje duurt ongeveer een uur over het 450 meter diepe Toba meer en de Traveler & co hebben ruim de tijd om hun zonden te overdenken.

Uiteindelijk arriveren we aan de overkant in Parapat en stappen in de reeds gereed staande Traveler car.

We zijn nog geen 15 minuten onderweg of er moet gestopt worden bij een ananaskwekerij. Wij krijgen uitleg hoe de vrucht gekweekt wordt en natuurlijk mogen we er ook van snoepen. Het is heerlijk, absoluut niet de smaak die het in West-Europa heeft.

We stappen na toch wel een complete Ananas verorbert te hebben in de auto en voort gaat het. Af en toe rijden we niet harder dan 15 km per uur, de toestand van de weg laat een hogere snelheid niet toe. Na zo’n twee uur hotsen knotsen in de auto zijn we blij dat er een stop gemaakt wordt bij de Markt hallen van Balige. De hallen zijn in de stijl van Batak huizen gebouwd. Ondanks dat de Wormholetraveler van heerlijke geurtjes en smaakjes houdt, schakelt hij over op kieuw- ademhaling. Bij 36 gr C onder een niet geventileerd dak is de stank bijna niet te harden….. wel komen we opnieuw lachende mensen tegen die graag op de foto willen. En ook op deze markt is er van alles te koop. Zelfs weet Marina bodylotion te scoren die naar haar genoemd is.

Na deze boeiende markt stappen we opnieuw in de Toyota Avancis en vervolgen onze weg. En opnieuw na een tijd door elkaar geschut te zijn wordt er gestopt. Bij een pinda branderij. De mannen staan de godganse dag de pinda’s om te scheppen. Een lekker klusje bij 10 graden boven nul maar bij 36 gr C wordt de Wormholetraveler er gewoon onwel van. In de belenende shop kopen we voor een paar roepia een paar pakken met pinda’s, lekker voor onderweg.

En voort gaat het weer totdat we bij Sipoholon komen. Hier is een heet water bron die een zwembad verwarmt (waarom vraag je je af, is dat nodig bij deze tropische temperaturen). Op de plaats waar we daar aankomen is er geen teken te zien dat deze attractie zich schuil houdt achter de gebouwen. De gids weet het toevallig, als argeloze toerist zou je er zo voorbij rijden. Helaas heeft de lokale bevolking de wit/geel neergeslagen mineralen voor een deel afgegraven maar er is nog best het een en ander overgebleven om te bekijken. De gids drukt ons op het hart vooral niet in het water te gaan staan want dat heeft een temperatuur boven de 150 graden. Ook hier dien je op externe ademhaling over te gaan, gezien het feit dat er allerlei onwelriekende geuren opstijgen uit de bron. De Traveler meent in ieder geval rotte eieren lucht waar te nemen. Kortom we zijn echt op een hotspot !

Na al dit moois spoedden we ons voort en gelukkig zie je onderweg ook nog wel wat, in dit geval een bliksemafleider die op het beeld in Rio de Janero lijkt en het laatste grote kruis op de berg wat als een bedevaartsoort voor christenen in dit door moslims overheerste land dient.

Na toch weer een aantal km afgelegd te hebben worden de beentjes gestrekt in een bos waar ze wierook winnen. Net als rubber worden er gaten en kleine sleuven in de bast van de boom gemaakt waarna het spul begint te vloeien, uithardt en daarna gewonnen wordt.

Uiteindelijk stoppen we bij een koffietent waar je een prachtig uitzicht hebt over de rijstvelden, er ligt een gitaar om wat krontjong muziek te maken en opnieuw is het een fotogenieke plaats om de benen te strekken. Padangsidempuan is nog 30 minuten ver en na een reis van zo’n 10 uur verlangt de Traveler wel naar een douche en een lekker maal.

Padangsidempuan is een streng religieuze stad waar onze gids ons aanraad als we het hotel uitgaan vooral decent gekleed te gaan. Ze zijn hier niet echt Europese toeristen gewend, dus adviseert hij ons hier rekening mee te houden.

Het hotel is prima, heeft een atrium, maar wat nog belangrijker is, een douche en goed bed. De Traveler en Marina besluiten niet meer de stad in te gaan maar op de kamer een beetje te chillen. Helaas blijkt de hotelkam die Marina uit de verpakking haalt niet volledig schoon, een onverlaat heeft deze reeds gebruikt en zowaar een luis achtergelaten. Als we naar het restaurant gaan melden we dat fijntjes aan de receptie, die plechtig beloven een nieuwe kam te brengen. Als we weer terug zijn op de kamer wordt er geklopt, de Traveler doet open en de bell boy overhandigt een nieuwe kam. Hij kijkt naar het blote hoofd van de Wormholetraveler en hij kijkt naar de kam. Terwijl hij wegloopt hoort de Wormholetraveler hem proesten van het lachen, dan valt het kwartje……..Morgen weer een lange dag van minimaal 11 uur.

Categories: Indonesia, reizenTags: , ,

Leave a Reply

%d bloggers like this: