Over goudklompen, stomende treinen en een natte sneeuw afdaling

Het reisgezelschap moet honds vroeg op want er wordt vandaag aan een excursie van de HAL meegedaan. We gaan sporen vandaag en fietsen. Om zes uur zitten we gepakt en gezakt aan het ontbijt want om 07:15 dienen we op de kade te staan om onze tourguide te ontmoeten.

Na de gebruikelijke uitcheck routine stappen we de kade op, het regent cats and dogs en de tour coordinator geeft aan dat we nog even geduld moeten hebben.

Inmiddels is het gestopt met zachtjes regenen dus zoeken we een droog heenkomen in een van de voormalige wachtstationnetjes. Even later verschijnen onze tour guides die ons gaan begeleiden bij het fietsen vanaf Fraser en ons op de trein richting Fraser zetten.

Aangezien we de Amerikaans Canadese grens passeren wordt ons op het hart gedrukt, zo’n 25 keer, dat we ons paspoort bij ons moeten hebben. We nemen plaats in het busje die ons naar het treinstation van Skagway brengt.

De gemeente Skagway is een stad in de Amerikaanse staat Alaska, in de Alaska Panhandle. Skagway, gelegen aan de Taiya Inlet,

was een belangrijke zeehaven tijdens de Klondike-goudkoorts. De smalspoorlijn White Pass and Yukon Route, een overblijfsel uit het mijnverleden van het gebied, die nu puur voor het toerisme in gebruik is en gedurende de zomermaanden rijdt, begint in de haven van Skagway.

Een prominent inwoner van het vroege Skagway was William “Billy” Moore , een voormalig stoombootkapitein. Als lid van een grensonderzoeksexpeditie in 1887 had hij het eerste gedocumenteerde onderzoek gedaan naar de pas over het Coast Mountains-gebergte , die later bekend zou worden als White Pass. Hij geloofde dat er goud te vinden was in de Klondike, omdat het was gevonden in vergelijkbare bergketens in Zuid-Amerika , Mexico , Californië en Brits-Columbia . In 1887 claimden hij en zijn zoon, J. Bernard “Ben” Moore, een stuk land aan de monding van de Skagway-rivier in Alaska. Moore vestigde zich in dit gebied omdat hij geloofde dat het de meest directe route naar de potentiële goudvelden bood . Ze bouwden een blokhut, een zagerij en een aanlegsteiger in afwachting van toekomstige goudzoekers die erlangs zouden komen. De goudkoorts in Klondike veranderde alles. In 1896 werd goud gevonden in de Klondike- regio van het Canadese Yukon -territorium . Op 29 juli 1897 meerde de stoomboot Queen aan bij Moore’s kade met de eerste lading goudzoekers. Meer schepen brachten duizenden hoopvolle mijnwerkers naar de nieuwe stad en bereidden zich voor op de 800 kilometer lange reis naar de goudvelden in Canada. Moore werd overspoeld door goudzoekers die percelen inpikten en zijn land werd van hem gestolen en aan anderen verkocht. De bevolking van het gebied nam enorm toe en bereikte 30.000, voornamelijk bestaande uit Amerikaanse goudzoekers. Sommigen beseften hoe zwaar de tocht naar de goudvelden zou zijn en kozen ervoor om achter te blijven om de mijnwerkers van goederen en diensten te voorzien. Binnen enkele weken stonden winkels, saloons en kantoren langs de modderige straten van Skagway.

De bevolking werd in het voorjaar van 1898 geschat op 8.000 inwoners, met ongeveer 1.000 potentiële mijnwerkers die wekelijks door de stad trokken. In juni 1898, met een bevolking tussen de 8.000 en 10.000, was Skagway de grootste stad van Alaska. Door de plotselinge toestroom van bezoekers naar Skagway begonnen sommige inwoners mijnwerkers vervoersdiensten aan te bieden om hen te helpen bij hun reis naar de Yukon, vaak tegen zeer hoge tarieven. Een groep mijnwerkers die ontevreden was over deze behandeling, richtte een gemeenteraad op om hun belangen te behartigen. Maar toen de leden van de raad naar het noorden trokken om zelf hun geluk in de mijnbouw te beproeven, kwam de controle over de stad weer in handen van gewetenloze figuren, met name Jefferson Randolph “Soapy” Smith. Tussen 1897 en 1898 was Skagway een wetteloze stad, door een lid van de North-West Mounted Police omschreven als “nauwelijks beter dan een hel op aarde”. Gevechten, prostitutie en drank waren alomtegenwoordig in de straten van Skagway, en oplichter “Soapy” Smith, die aanzienlijke macht had verworven, deed weinig om daar een einde aan te maken. Smith was een geraffineerde bedrieger die zichzelf graag zag als een vriendelijke en genereuze weldoener voor de behoeftigen. Hij was genadig voor sommigen, gaf geld aan weduwen en voorkwam lynchpartijen, terwijl hij tegelijkertijd een bende dieven leidde die goudzoekers oplichtten met kaarten, dobbelstenen en het goocheltrucje . Zijn telegraafkantoor rekende vijf dollar voor het versturen van een bericht naar waar ook ter wereld. Daardoor stuurden nietsvermoedende goudzoekers nieuws naar hun familie thuis zonder te beseffen dat er tot 1901 geen telegraafverbinding van of naar Skagway bestond. Smith had ook de controle over een uitgebreid spionagenetwerk , een privémilitie genaamd de Skaguay Military Company, de plaatselijke krant, het kantoor van de plaatsvervangend US Marshal en een keur aan dieven en oplichters die in de stad rondzwierven. Smith werd uiteindelijk op 8 juli 1898 doodgeschoten door Frank Reid en Jesse Murphy tijdens het beroemde vuurgevecht op de kade van Juneau.

De reis van de goudzoekers begon voor velen toen ze de bergen beklommen over de White Pass boven Skagway en verder trokken over de grens tussen Canada en de Verenigde Staten naar Bennett Lake, of een van de naburige meren, waar ze schepen bouwden en de Yukonrivier afdreven naar de goudvelden rond Dawson City. In 1896, voordat de Klondike-goudkoorts was begonnen, zag een groep investeerders een kans voor een spoorlijn in Skagway over die route, de White Pass and Yukon Route.

Over deze route reizen de WHT en MJ per trein naar Fraser.

De reis gaat door een bruut landschap het sneeuwt, er zijn diepe kloven en zeer hoge bergen.

Door dit landschap slingert de trein en het reisgezelschap geniet met volle teugen.

de conducteur heeft de oliekachel in de wagon op max gezet zodat het enigszins aangenaam is. Toch blijven de ramen beslaan en de conducteur adviseert de deur van de wagon open te zetten maar als MJ dat doet breekt er bijna opstand uit onder de aanwezige zeer bejaarde passagiers die bang zijn een pestje op te lopen. MJ is niet voor een gat te vangen en vraagt aan de conducteur of hij wat aan het beslaan van de ramen kan doen, waarna deze de ramen en deuren open zet en alsnog bewerkstelligd dat de ramen een soort van condens vrij zijn.

We zien allerlei soorten vogels zoals de sneeuwkorhoen en Willow Ptarmigan die we uit de rijdende trein fotograferen.

Onderweg rijden we over gammele houten bruggen en rammelende stalen constructies.

We passeren de USA/Canadese grens en komen uiteindelijk in Fraser aan waar we door de grensbeambtes worden opgewacht. Eerst krijgen we instructie over hoe we moeten zitten en welke documenten we moeten laten zien.

We moeten met ons paspoort naast ons gezicht zitten en worden zo gecontroleerd.

Buiten de trein wachten de fiets guides ons op.

We worden naar de fietsen gebracht, Trek mountainbikes human powered. We worden voorzien van regenbroeken, handschoenen en helmen.

Na het instellen van de fietsen krijgen we uitgebreid instructie over tekens die onze fiets captain zal geven gedurende de tocht. We moeten onderling 10 meter afstand houden en we mogen elkaar niet inhalen.

Inmiddels begint het te sneeuwen en wordt het vertrek sein gegeven.

We gaan downhill, het stoom komt van de schijfremmen af en het water stroomt van de WHT af. Na een paar kilometer stoppen we en wordt er gevraagd of het allemaal goed gaat. Klappertandend beaamt de WHT dat het prima gaat. De wegkapitein maakt het vertrek teken en we gaan verder.

De sneeuw is overgegaan in regen en zelfs de arctic parka van de WHT begint verzadigd te raken.

In totaal dalen we zo’n 800 m af tot in Skagway.

Daar leveren we de fietsen in en gaan terug richting schip. Na ingecheckt te zijn hangen we onze spullen te drogen en doen een snelle lunch. Daarna verlaten we het schip weer voor een hike in smugglers cove.

Op een uitkijkpunt nemen we Harlekijn eenden waar

en zeeleeuwen die lekker aan het jagen zijn in de baai.

De hike is best wel uitdagend

en het reisgezelschap is na de hike klaar met wandelen en keert terug op het schip. Na een prima diner gaan we richting hut waar de champagne op ons wacht.

We maken het niet laat want morgen bezoeken we Glacier Bay.

6 thoughts on “Over goudklompen, stomende treinen en een natte sneeuw afdaling

  1. Jullie hebben al heel veel reizen gemaakt en we reizen altijd al lezend met jullie mee. Maar nu NU ben ik jaloers. Mennnn wat een prachtige reis…… Geniete!

  2. Gaaf die zeeleeuwen zeg. Wat een weertje trouwens. Ja wat kun je ook verwachten in Alaska hè. En ja ook ik ben een beetje jaloers.

  3. Wauw wat een bijzondere en prachtige dag ! Ik zit ademloos mee te lezen en de foto’s te bekijken .. zo mooi ! En hoezo champagne 🥂 iets te vieren ?

  4. Prachtige dag idd! Bijzonder mooie reis, heb stiekem al zitten kijken. Altijd al
    n wens geweest van Peet maar dan als hij niet meer hoeft te werken ( en dat duurt niet lang meer 😆) gefeliciteerd met jullie trouwdag. 💒
    Wij waren 11 mei 28 jaar getrouwd.

Leave a Reply