Vandaag worden we super vroeg opgehaald door gids William en kok Richard en chauffeur Santoz van Amazon Wildlife Peru, die ons meenemen richting de jungle van Manu. In 1977 erkende UNESCO het als biosfeerreservaaat en in 1987 als werelderfgoed. In 2002 breidde de Peruaanse regering de omvang van het park uit tot zijn huidige omvang. Het Manu Nationaal Park beslaat een oppervlakte van 17.000 km2, dat bestaat uit bergachtige gebieden (doorkruist door kreken en valleien) met hoogtes van bijna 4000 m boven de zeespiegel en een deel van de vlaktes van het Amazonebekken. Het nationale park is verdeeld in de volgende gebieden: de zone met beperkt gebruik (met ongerepte bossen en inheemse gemeenschappen; toegang is alleen toegestaan aan onderzoekers); de gereserveerde zone (voor recreatie en onderzoek); de herstelzone (voor het herstel van verstoorde gebieden) en de culturele zone (voor menselijke nederzettingen en de meeste activiteiten, waaronder natuurtoerisme). De 190 kilometer lange Manu-weg is de enige verbinding tussen de hooglanden van het park en de laaglanden waar de monding van de Manu-rivier zich bevindt. Een deel is onbegaanbaar door landslides.
In het busje waarmee we ons voor een deel mee verplaatsen treffen we Andrew aan; Canadees, 23 afgestudeerd Elektrotechnisch ingenieur, die samen met het reisgezelschap door de jungle gaat trekken. Hij wordt onmiddellijk geadopteerd als verloren zoon en blijkt een leuke onderkoelde kerel te zijn met een passie voor beessies in de jungle.
De duffeltassen waarin onze spullen voor de week zitten plus onze dagrugzakken worden netjes in de bus gestouwd. En we kunnen onderweg.
Kok Richard blijkt ook de inkoper van groente, brood, kip en vlees te zijn, want we zijn nog geen 20 minuten onderweg als er gestopt wordt bij de beste bakker van Cusco, Panificadora Yapita, die een grote gele zak met broodjes aan Richard overhandigd.

William deelt inmiddels allerlei nuttige informatie over de tocht die we gaan maken en waar we stops gaan maken. We moeten eerst over de uitlopers van de Andes heen alvorens we richting de jungle dalen naar zo’n 200 m boven NAP. Hierdoor gaan we puna-grasland (in gebieden van meer dan 4000 m), hoge Andesbossen, Nevelwoud en laagland Amazone-regenwoud zien.
In de maanden maart en april heeft het gigantisch geregend en daarbij horen helaas ook alles vernietigende landslides. Daardoor zijn sommige wegen onbegaanbaar geworden en sommige rivieren te gevaarlijk om te bevaren. William improviseert zo goed en zo kwaad als het gaat door andere lodges toe te voegen en het programma te vervroegen of te vertragen.
Zodra het daglicht is zoeken we in Paucartambo een lokaal restaurant op waar we het ontbijt krijgen en van de bagno gebruik mogen maken.

Bij wegrijden krijgen we gelijk een voorproefje wat ons te wachten staat tijdens onze rit vandaag; een vrachtwagen en bulldozer staan muurvast en we moeten met alle auto’s achteruit naar beneden en moeten daarna via een aparte weg in onderhoud de weg vervolgen.
Daarna gaan we de hoogte in de richting van de ingang van het National Parc Manu wat op 4374 m gelegen is en tevens ons een mooi zicht geeft op het nevelwoud.





Stiekem hoopt de WHT de Andes beer te zien maar helaas deze had andere bezigheden buitenshuis, als goedmaker vinden we wel een pootafdruk van het beest.

We zakken verder af richting bestemming Paraiso Lodge. Het lijkt wel of we beland zijn in het tv programma dangerous roads. De landslides hebben grote impact gehad en af en toe voelen we dat we geen grip hebben met een van de wielen, wat klopt want dan hangen we rustig te balanceren tussen weg en ravijn.

De lollipop ladies met de groen(=doorrijden) of rood(=wachten) bord proberen orde in de chaos te brengen bij de herstelwerkzaamheden wat af en toe net niet lukt en dan staat het shocking klem op een instabiele weg op meer dan 3000 m hoogte. Ondanks al het getoeter geven ze elkaar wel de ruimte dus zo snel als het chaos is, zo snel is het ook weer weg.



Onderweg wordt de bus regelmatig stil gezet en lopen we onder leiding van William te speuren naar Flora en Fauna. We hebben super geluk want er is beweging in de bomen wat Tschudi’s Woolly Monkey blijken te zijn, bergapen die schuw zijn en die zelden gespot worden.

Als niet veel later we de Golden Headed Quetzal spotten kan ons geluk niet op.

De White Headed Capucin Monkey zitten gewoon op een paal langs de weg te azen op voer. De gids vertelt dat helaas er veel domme Gringo’s zijn die de beesten voeren wat natuurlijk uit den boze is.

We lopen verder door en komen weer aan bij het busje waar inmiddels kok Richard een volledige lunch op tafel heeft getoverd: berm tourisme in optima forma.


Daarna is het tijd om verder naar beneden te lopen het overgangswoud in, daar komen we de Andes Cock of the Rock tegen die ons zijn mooiste poses toont.

Na al dit natuurschoon rijden we naar de Paraiso Lodge en niet de Rainforest Lodge, waar zoveel geluidsoverlast door drugs criminelen was, dat er tegenwoordig naar een ander onderkomen uitgeweken wordt. De Paraiso Lodge ligt aan de rivier de Rio Tono die behoorlijk snel stroomt.

Vlak voor zonsondergang komen we aan en werpen een blik op de rivier, Ploffer spot een reuzenotter maar helaas kunnen we het beest niet vastleggen op de gevoelige plaat. Bij inspectie blijkt de Paraiso Lodge eenvoudig maar voorzien van een bed en een heuse warme douche en zowaar elektriciteit op de kamer.

In plaats van ramen hebben we horren die de onvermijdelijke muskieten buiten moet houden. Dat lukt niet helemaal maar gelukkig hebben de spinnen en muskiet etende motten die op een of andere manier toch de kamer binnen sneaken daar een goede dag taak aan. In combinatie met vitamine B1 en Deet 50% zullen we de nacht vast overleven. Intussen heeft kok Richard weer een heel diner in elkaar gesleuteld waar we heerlijk van smullen.

Daarna staat er nog een nachtwandeling op het programma, het drupt een beetje en we zijn niet van suiker dus het hele reisgezelschap onderleiding van William gewapend met zaklantaarns en Petzels trekt er op uit. Inmiddels naar een paar stappen ontwaren we een pad die geniet van het inmiddels in grote hoeveelheden naar beneden komende hemelwater.



De WHT is inmiddels drijfwaternat en na een 15 minuten in de inmiddels tot stortregen ontwikkelde drupregen, besluit William dat het welletjes is. We keren terug naar de Lodge en hangen onze natte kleren te drogen.

Na een korte nachtrust waarbij op de achtergrond de geluiden van jungle en vooral de kikkers galmen worden we wakker waarbij de WHT door een kikker aangezien wordt voor boom in de badkamer en ternauwernood weet te ontsnappen door op het bed te springen. Natuurlijk is er een ontbijt gemaakt door Kok Richard. De goede man denkt dat wij zware voedselachterstand hebben en produceert naast heerlijk vers eten ook nog eens hoeveelheden die voor een volledig bejaarden huis meer dan genoeg zijn. Gelukkig hebben we deze expeditie een jongeling, Andrew, in de gelederen die eet alsof het zijn laatste maaltijd is dus kok Richard denkt iedere keer dat de hoeveelheden prima zijn.

Na het ontbijt stappen we weer in de bus nu met bestemming Atalaya Port waar we op de longboat stappen richting Bonanza Lodge gelegen op 350 m boven zeeniveau. Aangezien wij gisteren het kleine aanwezige pakje mayonaise bij de heerlijke patatas fritas hebben leeggemaakt moet er natuurlijk op de markt door kok Richard mayonaise gekocht worden, wij zijn Nederlanders of niet…. William moet speciaal toestemming vragen om het te mogen kopen want het mega pak wat gekocht wordt is een half dagsalaris voor de gewone Peruaan. Natuurlijk komt de toestemming er en onderhandelt kok Richard op de markt voor een zo gunstig mogelijke prijs.




Ook nu is het geen rechtstreekse rit naar Atalaya maar net als gisteren worden er stops onderweg gedaan waarbij we een stukje wandelen dan wel een interessante locatie bezoeken; les Jardins Picaflores is zo’n interessante locatie. Hier kunnen we op het gemak kolibrie’s en andere voorbijgangers bekijken en vastleggen op de gevoelige plaat.

Na Les Jardins rijden we verder richting de haven, we maken nog even een stop op een door landslides geteisterde weg en overzien de Alta Madre de Dios rivier waar we zo op gaan varen.

Bij aankomst in Atalaya wordt de bus zo snel mogelijk leeggemaakt en de inhoud naar de longboat gebracht.

Hier kunnen we tegen betaling van 1 sol naar de bagno en kunnen we nog de laatste drankjes zoals Cola of flessen water kopen of snacks zoals gebakken zoute banaan chipjes.

Zodra je op de boot zit ga je de jungle in waar nagenoeg niets is. De rivier is ronduit gevaarlijk maar Capitano Julio een Harambuk man weet feilloos de bomen, rotsen en ondieptes te vermijden. Op de rivier zie je pas echt wat de regen in Maart en April voor verwoestingen hebben aangericht. Complete bossen met gigantische bomen zijn opgestuwd en voor vuil door de rivier in de ondieptes gedumpt daardoor stroomt de rivier harder door versmallingen, daarnaast komt er van verschillende hoogtes water de rivier in en zelfs op de rivier zie je soms een meter verschil tussen links en rechts.

De boot zo rank als het is, blijkt gelukkig heel stabiel te zijn want omslaan is geen optie. Ondanks dat William ons verzekerd dat er geen Kaaimannen en Piranha’s zijn, is de WHT er niet geheel zeker van en houdt handen binnen boord en probeert vooral het evenwicht van de boot niet te verstoren.

De tocht duurt 80 km stroomafwaarts en daar zijn we zo’n 4 uur zoet mee. De WHT kan het bijna niet geloven, maar Kok Richard weet een lunch aan boord te prepareren die top smaakt en door de WHT rap naar binnen gewerkt wordt.

Na vier uur semi-raften komen we aan bij de Bonanza Lodge waar we onze duffelbags kunnen droppen en onze day/nightpack klaar mogen maken.
Ook krijgen we hier onze laarzen overhandigd die ons moeten beschermen tegen slangen en reptielen en ervoor zorgt dat we tijdens het waden door de rivier droge voeten houden. Ondanks de opgegeven maten en kuit afmetingen blijken de laarzen van MJ te krap en moeten ge-MacGyvert worden. In de jungle wordt altijd geïmproviseerd.

We gaan direct daarna richting Tapir Clay lick pond. waar we in een waarnemingsplatform 8 meter boven de grond gaan observeren welke beesten er allemaal vitamientjes komen innemen.









In het moerasachtige vijvertje zien we algauw dat er een kaaiman op de loer ligt en dat er in een belendende boom een heuse boomboa op lekkere hapjes wacht.

Aangezien het snel donker wordt is het zaaks het kampement, klamboes en matjes zo snel mogelijk te installeren.

Daarna moeten we ons diner, wat door kok Richard in een Tupperware bakje aan ons is meegegeven, zo snel mogelijk op te eten en daarna weer luchtdicht af te sluiten, zodat er geen enge beesten op af kunnen komen.

William geeft aan dat we nog een nachtelijke wandeling doen om wat nachtdieren te scoren, Moeder jachthaven besluit heel dapper alleen achter te blijven en is blij dat we na anderhalf uur weer op komen dagen. De gedachte dat de boa haar zou spotten of dat er andere griezels de trap naar boven zouden nemen was ondragelijk. De nachtelijke wandeling scoort een aantal Tarantula’s, Wandering Spiders, wandelende takken, Motten en sprinkhanen.

Terug op het platform wordt op gezag van William, een twee uur wacht ingesteld, die voorzien van schijnwerper, de vijver kunnen belichten, zodra er geluiden van beessies te horen zijn. Bij de eerste wacht is het gelijk raak, een tapir die vitamientjes komt slurpen, iedere wacht tot twee uur ’s nachts is succesvol en uiteindelijk blijft de teller op 13 tapirs staan die langs zijn geweest. Reken daarbij hertjes en kalkoenen en we hebben een mooie score.


Na een onrustige nacht vol met geluiden keren we terug richting de Bonanza lodge waar we ons heerlijk kunnen opfrissen en verschonen. Natuurlijk heeft kok Richard weer een mega ontbijt in elkaar gezet waar wij heerlijk van smullen, om in de sfeer van beestjes te blijven wijst William ons nog even fijntjes op de huistarantula die vanaf zijn vaste verblijfplaats op ons neerkijkt.


De WHT kijkt nergens meer van op maar besluit nog beter zijn laarzen te controleren voordat hij deze aantrekt.
Na het ontbijt trekken we er weer op uit dit keer ligt de focus op de vegetatie rondom de lodge we leren dat bomen in de amazone 400 jaar kunnen worden en dat er zeer giftige (amazone vijg) en eetbare vruchten zijn zoals witte bessen die goed voor de spijsvertering zijn.

Gids William is in dit gebied geboren en getogen en het gebied van de Bonanza lodge is van zijn ouders; helaas leeft zijn moeder niet meer maar zijn vader, een bescheiden 70-er, verleent nog steeds hand en spandiensten. We lopen verder de jungle in en bij de eerste de beste kreek treffen we een alligator moeder met kroost aan.

Ze ligt goed verscholen en gelukkig kunnen we via een boomstam de kreek oversteken dus van direct gevaar is geen sprake. Na nog een tijdje rondgewandeld te hebben keren we terug naar de Bonanza lodge voor een korte siësta. Na een heerlijk snurk momentje zijn we helemaal verfrist en klaar om Toren 2 te bezoeken.

Toren 2 is een door William en kornuiten in elkaar gelast apparaat die in Nederland niet door de inspectie zou komen maar hier in Manu prima voldoet als observatietoren. De toren staat op een eiland vlakbij de Bonanza lodge en daarom brengt Capitano Julio ons naar de overkant. Opnieuw zien we Capibara sporen maar fysiek niets te bekennen. We stappen uit de boot en met moeite lopen we het eiland op, in ganzenpas lopen we achter gids William aan over het soms overwoekerde olifantenpaadje. EW schopt een groot palmblad waar ploffer zojuist overheen gelopen is de kant in en dan schiet er plotseling tussen hem en de WHT een megaslang in een flits het pad over, de WHT blijft als aan de grond genageld staan en roept “snake” en gids William keert op zijn schreden terug om het beest te vangen met een stok. De slang ligt in aanvalspositie opgerold onder een struik en gaat ervandoor zodra William het benadert met de stok. Het blijkt een Fer-de-Lance snake te zijn, een van de giftigste van Peru.

EW houdt zich verder wijselijk van het verplaatsen van takken en bladeren en we zijn nog meer op ons hoede.
Voort gaat het en dan zien we een Jaguarundi wegschieten, het wordt steeds spannender.

Uiteindelijk bereiken we Toren 2 waar we wiebelend inklimmen en een prachtig uitzicht hebben over het amazone gebied.

Nadat de zon onder is gegaan lopen we weer terug naar de boot in het donker wel voorzien van onze petzels. Gelukkig geen close encounters met slangen wel horen we her en der geritsel in het struweel. Uiteindelijk bereiken we de boot en genieten van een prachtige sterrenhemel en onweer in de verte. Kok Richard heeft natuurlijk voor ons het diner geprepareerd waarna William en Andrew op slangenjacht gaan, het reisgezelschap laat deze wandeling aan zich voorbij gaan.

De volgende ochtend staan we vroeg op om 05:00 u, want we willen de zonsopgang meemaken in Toren 1, na zo’n 15 minuten wandelen bereiken we de toren en mogen op kousenvoeten naar boven. William is zuinig op zijn toren en wil geen modder op het platform, dus netjes laarsjes uit. We horen de jungle ontwaken en zien vele vogels langs trekken o.a. de Oropendola met zijn bijzondere roep en de specht die op een boom insecten belaagd en de Harpy Eagle die vanaf de hoogste boom op zoek naar prooi is.

Als beloning zien we de White-throated toucan op gepaste afstand voorbij vliegen,

William is er mee in z’n nopjes. We keren weer terug richting Bonanza lodge en als beloning treffen we daar de chestnut-fronted macaw aan die met z’n tweeen gezellig aan het frutselen zijn op een palm tak.


Bij terugkomst wordt er geluncht waarbij kok Richard weer zijn best gedaan heeft.

Na het inpakken van de spullen, schepen we ons weer in, want we gaan richting Atalaya stroomopwaarts wat weer zo’n 4 uur gaat duren.
Onderweg stoppen we bij thermale baden; het water is zo warm dat het bijgesteld moet worden. Het vulkanische water is 88 graden maar na koeling met bergwater houden we zo’n 33 graden over, heerlijk voor de WHT die bij hoge uitzondering het bad in gaat. Dat hij daardoor een gratis zwavelbehandeling krijgt neemt hij op de koop toe. MJ en EW voorzien zichzelf van genezende modder, de WHT en ploffer bedanken daarvoor.

Na een klein uurtje poedelen vinden we het welletjes en drogen ons af en gaan weer richting boot. Daar heeft kok Richard weer een prima lunch voorbereid en terwijl de boot stroomopwaarts gaat wordt deze lunch weer met smaak opgegeten. Bij aankomst in Atalaya wordt de inhoud van de boot weer in de schoongewassen bus van Santos geladen en mag het reisgezelschap inclusief Andrew en William in de bus plaats nemen.
Nu gaan we onderweg naar de Bamboo lodge ons laatste onderkomen in deze expeditie. Daarvoor dient de Camino de la Muerte overwonnen te worden 1,5 uur is het balanceren tussen leven en dood, het wordt zelfs af en toe stil in de bus.


We arriveren tegen het einde van de middag bij de lodge


en gaan onmiddellijk op pad om nog wat vogels te scoren. Dat lukt; de Silver Beaked Tanager en de Blue Gray Tanager laten zich rustig fotograferen.

We zitten weer in een volière te eten dus geen glas alleen maar gaas tegen de mugjes. Inmiddels heeft het reisgezelschap zo’n litertje of twee aan Deet 50% gesmeerd en kan niet wachten tot ze weer in Cusco zijn waar geen mugjes zijn. Aangezien het ons laatste avondmaal is heeft William en fles wijn georganiseerd waar we wel raad meer weten. Mooie geste !

De wijn maakt de tongen los en William vertelt dat hij ooit tijdens een hike uitgleed en bovenop een kaaiman viel. Het beest hapte onmiddellijk toe, gevolg 34 hechtingen in de arm en schouder. Een van de assistenten heeft toen de kaaiman onschadelijk gemaakt door het beest te blinddoeken en voorzichtig de arm van William uit de bek te halen. William showt zijn littekens en we zijn toch wel onder de indruk.

Tijdens het diner krijgen we de keuze uitslapen tot half acht of om vier uur opstaan en nog een wandeling in het nevelwoud maken. Voor het reisgezelschap en Andrew een no-brainer, we gaan om 04:30 weg.
Helaas gooit regen roet in het eten want om vier uur staat William voor de lodge te vertellen dat we niet weggaan want het regent behoorlijk en is dus een sta in de weg voor de geplande hike. Flexibel als we zijn draaien we ons om en worden om 05:30 u wakker om door Richard op ontbijt getrakteerd te worden.
Daarna vertrekken we richting Cusco. De weg is nu niet alleen instabiel, het is ook glad en de bus heeft niet genoeg tractie om de heel modderige delen te overwinnen. Gezamenlijk weten William en Santoz ons veilig over de weg te sturen en komen uiteindelijk op een meer stabiele weg uit.

Zodra we over het hoogste punt heen zijn veranderd het weer ten goede. Dat is maar goed ook want we maken een lunch stop bij het meer van Huarcarpay. Daar mogen we nog een keer genieten van de kookkunsten van kok Richard.

William geeft aan dat zijn grootouders uit dit gebied komen en wijst op een kleine Inka nederzetting waar zijn grootouders toebehoorden.

Na de lunch maken we nog een klein wandelingetje om de spijsvertering te bevorderen, uit het niets komt er een ijscomannetje te voorschijn die heerlijk ijs bij zich heeft.

We doen ons er tegoed aan en stappen daarna in, niet nadat we de crew uitgebreid hebben bedankt voor een fantastische jungle expeditie.

We wensen Andrew het beste, na nog wat files onderweg te hebben doorstaan arriveren wij bij ons hotel waar onze koffers op ons wachten. Een warme douche en dito scheerbeurt is waar de WHT naar verlangt waarvan acte. ‘s Avonds tijdens het zoeken naar een aanbevolen restaurant lopen we Andrew tegen het lijf en nemen hem mee op sleeptouw. We hebben gezamenlijk diner, maken een groepsfoto en delen die met William.

De Jungletocht is werkelijk voorbij. Morgen freestylen in Cusco daarna nog twee intensieve hikes en is de koek op.
Jee, veel dieren vezien zeg, maar wel heel griezelig!