Jaffna, waar een ruige zee bijna roet in het eten gooide…


We laten Mannar achter ons en vertrekken richting Jaffna het meest noordelijke schiereiland van Sri Lanka. Uitgebreid bedanken we de staf van het resort en gaan op weg richting Jaffna. We zijn laat vertrokken, want het is maar een uur of drie rijden naar de volgende bestemming, dus we zijn op het gemak weggegaan.

Na zo’n 20 minuten rijden passeren we een hindoe tempel waar we gaan kijken. Dat betekent shoes off en shirt uit voor de mannen, de vrouwen daarentegen moeten de schouders en benen bedekt hebben en ook shoes off. De tempel wordt helaas van binnen gerenoveerd, echter pragmatisch als de hindoes zijn, alle accessoires ( beelden, offerandes, lampjes, kaarsen etc.) zijn verplaatst naar een belendende loods waar alles wederom is opgesteld.

De Thiruketheeswaram Kovil is opgedragen aan Shiva en is een van de vijf antieke Hindu tempels van Sri Lanka. Helaas mogen we niet binnen fotograferen maar buiten is geen probleem.

Een heilige man wil graag weten waar we vandaan komen, probleem is dat hij hardhorend is en de vraag dusdanig luid stelt, dat de Traveler z’n trommelvliezen nog zeker 20 min na trilden.

Voort gaat het richting Jaffna, aangezien het op een schiereiland ligt, rijden we via een soort afsluitdijk naar de stad.

Bij aankomst nemen we ons intrek in het Jaffna Heritage hotel. Inmiddels is de pre NO-moesson volledig losgebarsten en moeten kaplaarzen en paraplu’s van stal gehaald worden. De Traveler en Co besluiten bij een restaurant genaamd Mango te gaan lunchen, een goede keuze gezien de kwaliteit en prijs.

Het water stroomt inmiddels door de straten en na de lunch vragen we Marcus ons op te halen. Zo blijven we nog enigszins droog.

Voorzien van paraplu’s rijden we naar het fort wat door de Nederlanders is gebouwd, het giet flink door, maar we slaan ons er door heen. Tijdens de burgeroorlog is een groot deel in puin geschoten en wordt momenteel door de archeologische dienst weer opgebouwd.

We keren terug naar het hotel waar we ons verkleden in tempelwaardige outfit want we gaan naar de Nallur Kandaswamy Tempel alwaar we een ceremonie gaan meemaken. Inmiddels is de regen overgegaan in volledige moesson hoeveelheden, het komt met emmers uit de hemel. Op onze blote voeten en de mannen in ontbloot bovenlijf betreden we de tempel. Daar treffen we een menigte aan die hardop gebeden aan het roepen is en mensen werpen zich regelmatig op de grond om hun god gunstig te stemmen. Dan gebeurt het; een voorhang wordt met een ruk opzij geschoven en 16 ontblote mannen in lendendoeken dragen een baar met daarop een troon in de vorm van een pauw rond versierd met bloemen. Ter verhoging van de feestvreugde loopt er een slagwerker en 4 vuvuzela spelers mee, horen en zien vergaat…….. Voor de Traveler lijkt het of hij in de film Temple of Doom meespeelt. Na een aantal rondjes wordt de troon in een inpandige tempel gezet en met een ruk gaat het voorhang er weer voor. Daarna gaan alle aanwezigen in de rij staan om een asafdruk op het voorhoofd geplaatst te krijgen. Jammer opnieuw dat we geen foto’s mogen maken. Fotogeniek was het zeker ! Door de stromende regen waden we terug naar de bus die ons retour hotel brengt.

We eten in het hotel een heerlijk vegetarisch maal en gaan vroeg naar bed want morgen vertrekken we vroeg, 05:30 u, om de boot naar Delft te nemen, een eiland voor de kust van Jaffna.

De volgende ochtend staat we in het donker op en collecteren onze breakfast to go en nemen plaats in de bus. We gaan naar de Navy ferry in Kurikadduwan alwaar we de boot naar het eiland Delft nemen. Het is het meest afgelegen onbewoonde eiland en is bekend om de wilde pony’s, afstammelingen van de paarden die door de Portugezen werden ingevoerd. Er ligt nog de ruïne van een Nederlands fort van koraal plus de aanwezigheid van een immens grote baobboom maakt het tot een interessante bestemming.

Kurikadduwan is verbonden met het vasteland door middel van dijken. We rijden in de ochtendmist richting de Jetty en zien de vissers in het water hun netten uitzetten dan wel leeg halen.

Het weer ziet er niet al te best uit en af en toe stroomt het water over de dijk waar de bus net door heen kan.

Aangekomen bij de Jetty kunnen we in de wachtruimte beschut wachten tussen bedevaartgangers die de ferry richting Nainativu nemen. Dit is het moment om het ontbijt te nuttigen, de bedevaartgangers eten nasi met curry’s en wij eten onze sandwich met kaas en tomaat en het bijbehorende banaantje.

De matrozen van de Navy bepalen of je als toerist aan boord mag, locals hebben voorrang, dus Marina maakt vrienden met de Navy boys wat later in het verhaal handig uitkomt.

Ondertussen maakt de Traveler kennis met een Sri Lankese vrouw uit Parijs, ze spreekt geen Engels maar wel Frans hetgeen goed uitkomt want dat spreekt de Traveler ook. Natuurlijk wil ze met deze bekende reiskronieken schrijver op de foto, waarvan acte.

Het boarding proces is redelijk onduidelijk, ergens tussen 07:45 en 08:15 begint iedereen plotseling richting de Navy ferry te bewegen, dankzij de Navy vriend van Marina mogen we aan boord en hebben een plek op het bovendek en buitendek.

De overige opvarenden zijn al drie keer van boot gewisseld onder instructies van de Navy en proberen allen tegelijk de loopplank op te stormen…de chaos is compleet.

Uiteindelijk wordt iedereen aan boord gestouwd en zijn we klaar voor vertrek. Ondanks dat het droog is gaat het aardig tekeer en stampt en rolt de boot dat het een lieve lust is. Na toch zeker een uur wachten krijgen we te horen dat de tocht wordt gecanceld richting Delft; reden te ruige zee buitengaats. Marcus reageert razendsnel en organiseert voor een appel en een ei, een prive boot. De boot lijkt zee waardig en we wagen het erop.

Het vaartuig wordt aangedreven door een 50 jaar oude fiat motor met behoorlijk wat porrie.

We besluiten om naar het eiland Nainativu te gaan, gelegen in de baai en beter beschermd tegen de hoge golven, het heeft een grote religieuze betekenis voor zowel hindoes als boedhisten. Het eiland in de volksmond het Cobra eiland genoemd heeft een boedhistische tempel Nagadipa Vihars met een zilveren dagoba op de plek van het tweede bezoek van Boedha aan Sri Lanka.

Er tegenover bij de bo-boom staat een zevenkoppige cobrafontein wat voor veel pelgrims a must do kodak momentje is.

De hindoetempel, de Naga Pooshani Ambal kovil, is gewijd aan de godin Ambal die een koe als transportmiddel heeft. Aan beide zijden van de tempel staan twee grote olifanten die je op grote afstand reeds kan zien.

Na deze uitbundige godsdienstige uiting keren we terug naar de boten. Dit keer gaan we retour met een lijnboot om de experience te ondergaan. In de opinie van de Traveler zijn op deze boot in het verleden vluchtelingen vervoerd vanuit Syrië naar Europa en daarna na gedane diensten verkocht aan Sri Lanka. We worden met een man of honderd in de boot gepropt allen voorzien van mottige zwemvesten.

Als dit barrel kapseist dan vallen er vele doden. Gelukkig loopt Marina’s vriend van de Navy nu aan deze kant en mag zij naast de stuurman staan en de rest van het reisgezelschap op het dak van het vaartuig.

De zware golfslag doet het schip vervaarlijk schommelen maar we redden het.

Wel hebben de dames na afloop het gevoel of ze in “engelenhaar” haar hebben gezeten, wat volgens de Traveler aan het splinterende glasvezel dak te wijten. Via dezelfde dijk keren we terug en zie het ‘Restafval’ wat de vissers hebben achtergelaten, giftige stekel-vissen en giftige slangen, de stekel-vissen leven nog en worden door Marcus gered door ze terug te gooien in zee.

We rijden terug naar Jaffna waar we in hotel Rolex een heerlijke lunch nuttigen (in Sri Lanka wordt een restaurant ook een hotel genoemd) en daarna bezoeken we de bazaar wat altijd weer mooie plaatjes oplevert.

Thomas laat zich en passant voor 30 euro cent scheren en overleeft dat. De kapper vindt het hilarisch daar hij niet zoals de Srilankanen een volle baard heeft.

Om daarna Kantharodai te bezoeken. Kantharodaiis een archeologische vindplaats volmminiatuur dagoba’s. Zo’n 2000 jaar oud worden hier de resten van belangrijke monniken in bewaard. De vindplaats wordt dag en nacht beveiligd tegen kunstrovers, maar de bewakers die hier gestationeerd zijn schrikken waarschijnlijk van de eerste de beste kokosnoot die hard naar beneden valt.

Marcus legt nog even en passant uit het verschil tussen een vrouwelijke en mannelijke vrucht van de Palmyrah tree en zo leert de Traveler constant bij.

We keren terug naar het hotel waar een deel van het gezelschap gaat chillen, Marina bezoekt nogmaals de Gapuram van de Nallur Kandaswamy Temple en maakt de openingsceremonie mee. Op het tempelterrein ontmoet ze een groep kinderen die graag met haar op de foto gaan.

Met mooie verhalen spelen we een potje kaart en nuttigen wat meegenomen alcohol en verbazen ons over de honderden fruitbats die over komen scheren tijdens de invallende duisternis.

Morgen vertrekken we richting Anuradhapura waar we de culturele Driehoek gaan verkennen

Categories: reizen

3 comments

  1. Jammer van al die regen, maar wel weer een mooi avontuur. Anuradhapura bent ik ook geweest , dus ik kijk weer uit naar het volgende verslag !

  2. Oooooh wat een zalige verhalen en evenzo de foto’s. Zo toch het noorden een beetje kunnen zien. Straks kom je op ook voor ons bekend terrein, ben benieuwd hoe de status van de oudheden is, vlg mij nl veel gerestaureerd. Benieuwd naar! Big hug for all Ger en Linda

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: