Vandaag onze laatste dag in Tasmanië, we moeten helaas verkassen want op deze lawaaiige camping is geen plek dus moeten we op zoek naar een plaats bij Hobart om onze laatste nacht door te brengen. Dat is echter van latere zorg eerst gaan we richting Tasman Peninsula waar we een voormalige strafkolonie Port Arthur gaan bezoeken.
De kleine wereldreiziger rijdt de camper van het terrein af waarna deze onderweg gaat richt Port Arthur.
Eerst moet nog de camper van ThoLau ingeleverd worden waarna Lau bij ons in de camper introk.

Om te fourageren stoppen we bij een bakery die heerlijke sandwiches en croissants verkoopt en bovendien de hoogst noodzakelijke soy cap levert om in ieder geval de benodigde cafeïne te verkrijgen.


Port Arthur is een stad en voormalige veroordeelden nederzetting op het Tasman Peninsula. Het ligt ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad, Hobart. De weg erheen lijkt op de weg van de Keys in Florida we gaan over veel bruggen die de verschillende eilanden verbinden en vooral met het uitbundige schijnende zonnetje ziet het er allemaal tropisch uit.



Niets is minder waar, want dit deel van Australie ligt op de hoogte van het Zuider Eiland van New Zealand, wat inhoudt dat je daar wel heel dicht bij Antarctica bent met alle lage temperaturen ten gevolge.

Port Arthur maakt deel uit van de Australian Convict Sites dat op de Werelderfgoedlijst staat en bestaat uit 11 overgebleven straflocaties die oorspronkelijk in de 18e en 19e eeuw binnen het Britse rijk zijn gebouwd op vruchtbare Australische kuststroken. Gezamenlijk worden deze locaties, waaronder Port Arthur, door UNESCO beschreven als “… de best bewaarde voorbeelden van grootschalig vervoer van veroordeelden en de koloniale expansie van Europese machten door de aanwezigheid en arbeid van veroordeelden.”



Port Arthur is vernoemd naar George Arthur , de luitenant-gouverneur van Van Diemen’s Land . De nederzetting begon in 1830 als een houtstation , maar staat vooral bekend als strafkolonie. Van 1833 tot 1877 was Port Arthur de bestemming voor degenen die werden beschouwd als de meest geharde veroordeelde Britse criminelen , degenen die secundaire overtreders waren die na hun aankomst in Australië recidive hadden gepleegd. Ook opstandige persoonlijkheden van andere veroordeelde stations werden daarheen gestuurd. Bovendien kende Port Arthur enkele van de strengste veiligheidsmaatregelen van het Britse strafsysteem.
Bij binnekomst als bezoeker trek je een speelkaart met een afbeelding erop waarmee je via een ingenieus systeem een veroordeelde levensloop kan volgen. Zeer inventief en het brengt je dichter bij wat er gebeurde in die tijd in deze gevangenis.



Port Arthur was een voorbeeld van de “Separate Prison Typology” (ook wel bekend als de modelgevangenis), die voortkwam uit de theorieën van Jeremy Bentham. De gevangenis werd in 1853 voltooid, maar in 1855 uitgebreid. De indeling van de gevangenis was tamelijk symmetrisch. Het was een kruisvorm met oefenterreinen op elke hoek. De gevangenenvleugels waren elk verbonden met de bewakingskern van de gevangenis, evenals met de kapel in de centrale hal. Vanuit dit surveillancecentrum kon elke vleugel duidelijk worden gezien, maar individuele cellen niet. Dit is hoe de afzonderlijke gevangenis in Port Arthur verschilde van de oorspronkelijke theorie.



Het afzonderlijke gevangenissysteem betekende ook een verschuiving van fysieke straffen naar psychologische straffen. Men dacht dat de harde lijfstraffen , zoals zweepslagen, die in andere strafstations werden gebruikt, alleen maar dienden om criminelen te verharden, en er niets toe deden om hen van hun immorele gedrag af te brengen. Voedsel werd bijvoorbeeld gebruikt om goed opgevoede gevangenen te belonen en als straf voor onruststokers. Als beloning kon een gevangene grotere hoeveelheden voedsel of zelfs luxeartikelen zoals thee, suiker en tabak ontvangen. Als straf zouden de gevangenen het absolute minimum aan brood en water krijgen. Onder dit strafsysteem werd het “Silent System” in het gebouw geïmplementeerd. Hier kregen de gevangenen een kap en moesten ze zwijgen; dit moest de gevangene tijd geven om na te denken over de acties die hem daar hadden gebracht. Veel van de gevangenen in de Aparte Gevangenis ontwikkelden een psychische aandoening door het gebrek aan licht en geluid. Dit was een onbedoelde uitkomst, hoewel het gesticht vlak naast de Aparte Gevangenis werd gebouwd.

In veel opzichten stond Port Arthur model voor veel van de hervormingsbewegingen op het gebied van het strafrecht , ondanks dat het gebruik van de scheepvaart, de huisvesting en de slavenarbeid door veroordeelden net zo wreed of erger was dan in andere stations in het land.



Port Arthur was ook de bestemming voor jeugdige veroordeelden, sommigen nog maar negen jaar oud. De jongens werden gescheiden van de belangrijkste veroordeeldenpopulatie en vastgehouden in Point Puer, de tweede jongensgevangenis van het Britse Rijk.

Net als de volwassenen werden de jongens gebruikt voor zware arbeid, zoals het hakken van stenen en de bouw. Een van de gebouwde gebouwen was een van de eerste niet-confessionele kerken van Australië, gebouwd in gotische stijl . Het bijwonen van de wekelijkse zondagsdienst was verplicht voor de gevangenisbevolking. Critici van het nieuwe systeem merkten op dat deze en andere maatregelen een verwaarloosbare impact op de hervormingen leken te hebben .

De archeologische vondsten die in Port Arthur zijn gevonden, laat zien dat de mensen die daar woonden, deelnamen aan de alledaagse, materiële levensbehoeften. De mensen die daar woonden, hielpen niet alleen met het bereiden van voedsel, maar namen ook deel aan recreatieve activiteiten zoals roken en jagen.

Het schiereiland waarop Port Arthur ligt, is van nature makkelijk te beveiligen omdat het omgeven is door water (volgens de regering is het door haaien geteisterd). De 30 meter brede landengte van Eaglehawk Neck , die de enige verbinding met het vasteland vormde, werd omheind en bewaakt door soldaten, vallen en honden.

De walvisvangst vanaf de wal en vanaf schepen werd in het gebied verboden om te voorkomen dat veroordeelden in de boten probeerden te ontsnappen. Officieren in Port Arthur vertrokken soms in hun eigen boten en probeerden walvissen te vangen. Wellicht was dit meer een sportactiviteit dan een commerciële activiteit. Contact tussen bezoekende zeelieden en gevangenen was verboden. Schepen moesten bij de landing hun zeilen en roeispanen inchecken om ontsnappingen te voorkomen. Er werden echter veel pogingen ondernomen, en sommige waren succesvol. Boten werden in beslag genomen en geroeid of gevaren over lange afstanden naar de vrijheid.
Port Arthur was de geboorteplaats van het spoorvervoer in Australië . In 1836 werd een tramlijn aangelegd tussen Taranna en een steiger in Long Bay, ten noorden van Port Arthur. De enige voortstuwing waren veroordeelden.
Port Arthur werd verkocht als een onontkoombare gevangenis, net als het latere Alcatraz-eiland in de Verenigde Staten . Sommige gevangenen lieten zich hierdoor niet ontmoedigen en probeerden te ontsnappen. Martin Cash ontsnapte met succes samen met twee anderen.
Ondanks zijn reputatie als baanbrekend instituut voor de nieuwe, verlichte visie op gevangenschap, was Port Arthur in werkelijkheid nog steeds net zo hard en wreed als andere strafkolonies. Het Isle of the Dead was de bestemming voor iedereen die stierf in de gevangenkampen. Van de 1.646 graven die daar geregistreerd staan, zijn er slechts 180, die van gevangenispersoneel en militair personeel, gemarkeerd. De gevangenis werd in 1877 gesloten.

Ter afsluiting maken we een boottochtje door de baai waarbij we weer mooie plaatjes konden schieten.

De kleine wereldreiziger heeft nog een verassing voor ons want op de boot blijkt dat hij een steen in zijn mond heeft. Het is volslagen onduidelijk hoe deze kei in zijn mond kwam, het formaat is imposant.

Na deze reuring was het tijd om te gaan want we moeten op tijd weer in Hobart zijn om daar een kampeerplek te arrangeren. Onderweg maken we nog een stop bij een natural blow hole wat weer verrassende beelden gaf. De naam laat niets ter verbeelding over; Devils kitchen


Vlakbij treffen wij het dorp Doo genaamd, dit kustplaatsje ontstond in de jaren dertig als een populaire plek voor ‘hutten’, de Tasmaanse versie van vakantiehuizen. In 1935 startte de Hobart-architect Eric Round een traditie toen hij zijn hut Doo I noemde. Het idee sloeg al snel aan bij Doo-Me en Doo-Us, en tegenwoordig hebben de meeste hutten van de stad ‘Doo’-namen, zoals Doo Nix. , Maak Doo en Much-a-Doo.

De laatste stop die wij maakten was bij het Tasman monument in Dunalley.

Het monument herdenkt de driehonderdste verjaardag van de Europese ontdekking van Tasmanië door de Abel Tasman-expeditie in december 1642. Het was in Tasman Bay, vlakbij Kaap Paul Lamanon, dat Abel Tasman en zijn bemanning de eerste Europeanen werden die op Tasmanië landden. Het was hier dat Tasman op 2 december 1642 zijn piloot-majoor Visscher stuurde om het gebied Van Diemen’s Land te vernoemen naar de gouverneur van Batavia.

Na nog een uurtje rijden komen wij weer aan in Hobart en heeft Lau inmiddels een plek geregeld op een camp site. We stoppen onderweg om pizzas te scoren die wij in het zonnetje op de campsite nuttigen.

Als dan moeder Jachthaven ook nog een plek met stroom weet te regelen is het feest compleet.

De luchthaven is op 15 minuten rijden wat betekent dat we de volgende dag niet hoeven te stressen om camper in te leveren en daarna richting Melbourne te vliegen.