Over rotsjes in de zee en scheuren in de duinen.

Deze ochtend haalt Alberto ons op om de Ballestas-eilanden te bezoeken. We wandelen naar de Marina Toeristica en moeten geduldig wachten tot Alberto het sein voor vertrek geeft en we de rij skippen om voor in de boot te mogen plaats nemen.

De Ballestas eilanden, die grotendeels uit rotsformatiesbestaan en een geschat oppervlak van 0,12 km² beslaan, vormen een belangrijk toevluchtsoord voor zeefauna zoals de Humboldt-pinguïn , de guanay-aalscholver , de roodpootaalscholver , de Peruaanse gent , de blauwvoetgent , de Peruaanse pelikaan en de Inca-tern . Andere opmerkelijke soorten zijn onder andere twee soorten zeehonden ( pelsrobbenen zeeleeuwen ), naast andere zoogdieren.

Op weg naar de eilanden zien we El Candelabro, een grootschalige geoglief op het schiereiland Paracas die mogelijk als baken voor zeelieden diende. Het mysterie rond de oorsprong van deze specifieke geoglief is nog steeds gaande en er wordt veel gespeculeerd.

Daarna varen we door en komen bij de Ballestas eilanden aan en varen rakelings langs de rotsformaties. Sommige boten worden bijna tegen de rotsen gezogen en een is zo roekeloos dat zelfs water de boot instroomt.

We zien van alles en ruiken de guano, meters dik ligt het er. In de verte zien we de zeeleeuwen plonzen en zo nu en dan komen we ze tegen gedrapeerd over een boei in zee.

Kortom best bijzonder, na een uur of twee spelevaren keren we terug richting hotel waar we onze spulletjes weer inpakken want we verplaatsen ons per bus richting Ica.

Op het bus station gaat het er wat chaotischer aan toe. Gelukkig dat het reisgezelschap kalm blijft en er voor zorgt dat we onze koffers ingecheckt krijgen en ons plekje in de bus claimen.

Twee uur duurt het en dan zijn we in Ica. Daar hetzelfde recept bagage claimen en kennis maken met onze dag-guide Jorge. Aangezien we voor Peruaanse begrippen grote koffers hebben wordt het reisgezelschap verdeeld over twee auto’s die ons naar een kantoor in de middle of nowhere brengen. Daar laten we onze bagage achter want we gaan richting Huacachina waar we gaan scheuren in de woestijn en mogelijk sandboarden.

Huacachina is een dorp gebouwd rond een kleine oase en omgeven door zandduinen in het zuidwesten van Peru. Het ligt ongeveer vijf kilometer van de stad Ica. Huacachina heeft een permanente bevolking van ongeveer 100 mensen, hoewel het elk jaar tienduizenden toeristen ontvangt.

De naam komt uit het Quechua: wakachina, bewaken, verbergen’, mogelijk verkort van wakachina qucha, letterlijk ‘ verborgen lagune ‘.  

Het is gebouwd rond een klein natuurlijk woestijnmeer, algemeen bekend als de “oase van Amerika”. Volgens lokale legendes hebben het water en de modder in het gebied een therapeutische werking. Zowel de lokale bevolking als toeristen baden vaak in het water of bedekken zich met de modder om aandoeningen zoals artritis, reuma, astma en bronchitis te genezen.

De legende vertelt dat de lagune werd gecreëerd door een prachtige inheemse prinses, ze trok haar kleren uit om te baden, maar nadat ze in een spiegel had gekeken, zag ze een mannelijke jager van achteren op haar afkomen, geschrokken door de indringing, vluchtte ze het gebied uit en liet haar spiegel achter, die in een meer veranderde.  Andere versies beweren dat ze vluchtte, waarbij de poel waarin ze had gebaad de lagune werd. De plooien van haar mantel, die achter haar aan stroomden terwijl ze rende, werden de omliggende zandduinen. De vrouw zelf zou nog steeds in de oase wonen als een zeemeermin. Heel apart is dat er tot heden alleen maar mannen zijn verdronken in het meer.

 Het meer is ontstaan door natuurlijke lekkage uit ondergrondse waterlagen, maar na de toename van het boren van waterputten begon de watervoorziening begin jaren 2000 af te nemen. Om het verlies te compenseren en de oase te behouden als toeristische bestemming, begonnen lokale ondernemersgroepen in 2015 water in het meer te pompen.

We gaan pas om 15:45 u de woestijn in want daarvoor is het er niet uit te houden. Eerst leidt Jorge ons rond en vertelt allerlei wetenswaardigheden zoals het feit dat de schilder Gutierrez hier gewoond heeft.

Na een prima lunch in de schaduw begeven we ons naar het verzamelpunt waar we samen met Jorge richting zand buggies lopen.

De V8 FWD aangedreven buggies zijn heuse monsters. Onze buggy kan 11 mensen bevatten, die allemaal met driepunt gordels vastgesnoerd zitten. MJ zit voorin en EW en de WHT zitten op de tweede rij op de lange benen plek. We vertrekken en de driver laat er geen gras over groeien, plankgas gaat het richting duinen. We hebben het gevoel dat we in een achtbaan verzeild zijn geraakt en er wordt dan ook luidkeels gegild. Een Amerikaanse die naast MJ zit voelt zich ongemakkelijk want de schakel pook van de buggy zit tussen haar benen en de driver plaatst iedere keer zijn hand tussen haar benen wat best wel awkward is. Bij de eerste de beste stop ruilt ze met een Peruaan die zich op offert en het genoegen heeft iedere keer dat er geschakeld wordt ‘betast’ te worden. Na een paar zandduinen rondgescheurd te hebben waarbij de WHT doof is geworden van het gillen van de achterbank is het nu tijd om te sandboarden; met hoge snelheid van een tientallen meters hoog duin te scheuren heeft een hoog adrenaline gehalte.

Uiteindelijk belanden we op een duin waar de zonsondergang gaan bewonderen. Velen hebben zich verzameld en staan klaar om het digitaal vast te leggen.

Er zijn ook groepen die voor een soort de Waard tent met champagne de sunset vieren. In het halfduister keren we weer terug richting oase waar Jorge ons opvangt en ons meeneemt richting bagage opslag alwaar we in een busje stappen die ons richting Cruz del Sur busstation brengt. Daar nemen we de bus naar Nasca.

We kopen wat drankjes en Empanada’s zodat de inwendige mens gekalmeerd wordt. We zitten weer first class first row en na een dik uurtje rijden arriveren we in Nasca, het hotel is aan de overkant van de straat dus in 15 minuten zitten we op de kamer en is het douchen en slapen.

Morgen de Nasca lines bewonderen.

Leave a Reply