Stipt 08:30 u volgens dienstregeling, draait de bus de busterminal op, waar we door onze chauffeur worden opgewacht.




Dit keer slapen we in het Hotel San Agustín Posada del Monasterio, het beste hotel in Arequipa.



We checken in en spreken af met een drie kwartier naar buiten te gaan om ergens een goede brunch te scoren, gelukkig weten Ploffer en EW een leuke eettent. Deze tip afkomstig van Beer en Carlijn wordt ter harte genomen.

Masamama blijkt populair te zijn maar gelukkig zien we een tafel vrij voor vier personen, we bestellen onze brunch en inderdaad het ziet er geweldig uit en nog beter, het smaakt top.


Dan blijkt dat we bij een ander restaurant zitten die samen met mamma’s de binnenplaats shared van het koloniale gebouw. Hilariteit alom, we beloven onszelf de volgende keer bij de juiste te gaan zitten. We keren terug richting hotel want om 14 u start de city tour. We beginnen in een busje met onze gids Alonso die ons naar een Mirador brengt waar we een fantastisch zicht hebben op de vulkanen die Arequipa omringen; Misti 5822m, Chachani 6075m en Pichu Pichu 5425m.



Misti is nog actief dus de stad is regelmatig in het verleden door aardbevingen geteisterd. Arequipa, ook bekend onder de bijnamen Ciudad Blanca (Spaans voor “Witte Stad”) en León del Sur (Spaans voor “Leeuw van het Zuiden”), is de zetel van het Constitutionele Hof van Peru en wordt vaak de “wettelijke hoofdstad van Peru” genoemd. Het is de op één na grootste stad van Peru, na de hoofdstad Lima , er wonen 1.2 miljoen inwoners. De stad ligt op een gemiddelde hoogte van 2.328 meter. Het centrale deel van de stad wordt van noord naar zuid doorkruist door de Chilirivier. De vallei van Arequipa vormt een strategische verbinding tussen de kust- en hooglandregio’s van Zuid-Peru. Arequipa voelt zich een staat in een staat en volgens de inwoners zijn ze verheven ten opzichte van de rest van Peru.
De volgende stop is Mirador de Yanahuara met Misti op de achtergrond


daar zie je vooral fotoshoots van 15 jarigen. Het bereiken van de 15 jarige leeftijd is belangrijk voor de vrouwen in Peru, zoals onze gids zegt, dan worden de sneakers voor de high heels ingewisseld.

Er is genoeg te zien dus schieten we wat plaatjes voor de eeuwigheid


De een na laatste stop is de Plazas de Armas.
Het ligt in het historische centrum van Arequipa . Er omheen bevinden zich in het noorden de kathedraal van Arequipa , in het oosten (van San Agustín), ten zuidoosten (van de gemeente) en ten westen (van Las Flores) de portalen van Arequipa, in het zuidoosten de kerk La Compañía, in het zuidwesten de kerk Nuestra Señora de la Merced en in het midden van het plein een bronzen fontein.

Toen de stad op 15 augustus 1540 werd gesticht door Garci Manuel de Carbajal in de vallei van de Chili River als “Villa de la Asunción de Nuestra Señora del Valle Hermoso de Arequipa” (Stad van de Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw van de Prachtige Vallei van Arequipa), begon de stad met de bouw van de Plaza de Armas.

De Plaza de Armas in Arequipa heeft drie grote portalen. In het tijdperk van de onderkoning fungeerde het als raad van Arequipa en sinds het republikeinse tijdperk als gemeente Arequipa . De portalen hebben een neorenaissance-architectuur en zijn gemaakt van graniet.
Ook de gevangenis en de Koninklijke Schat werden daar gevonden. Tot in de 20e eeuw werden er ook luifels op geplaatst, waaronder de inheemse markt of ccatu werd opgezet. Tijdens dit feest werden de hoogste autoriteiten ontvangen en gevierd, werden verordeningen, militaire goedkeuringen, stierengevechten en processies hardop afgekondigd en werden schuldige gevangenen geëxecuteerd op de schandpaal, een stenen zuil of pilaar die voor het stadhuis van Arequipa stond.
In het midden van het plein staat een bronzen fontein met een koperen beeld van een mannetje met een trompet. Men zegt dat hij ooit vleugels had, maar deze zijn in de loop der jaren verloren gegaan. Dit beeld staat bekend als Tuturutu .
Er bestaat een mythe over de tuturutu die beweert dat het een soldaat uit de 16e eeuw voorstelt .
Een andere legende vertelt dat de “Tuturutu” een klein figuur was die het vertrouwen genoot van de Inca Mayta Cápac omdat hij zijn officiële boodschapper was voor de ayllus en de soldaten. “De naam Tuturutu is afgeleid van het geluid van het instrument dat dit merkwaardige personage gebruikte om de Inca’s de komst van een chasqui of een encomienda aan te kondigen.” “El Tuturutu” stierf op een ochtend door het dag en nacht bezorgen van voedsel en bevroor door een koudegolf. Sindsdien is hij de vaste uitkijkpost in het centrum van Arequipa’s Plaza de Armas.






De laatste stop is de Alonso Iglesia la compania. Een barokke kerk met bloem fresco’s en tropische dieren, foto’s maken mocht niet. O ja en het laatste avondmaal geschilderd in opdracht ziet er prachtig uit, alleen de kunstenaar vond wel dat er iets typisch uit Peru in het laatste avondmaal moest zitten, geen wijn maar pisco en gebraden cavia ipv brood.

Dan hebben opnieuw een wissel van gidsen Alonso wordt ingeruild voor Johanna die ons gaat rondleiden in het Santa Catalina klooster.

Het klooster van Santa Catalina de Siena is een groot klooster van de Tweede Dominicaanse Orde. Het maakt deel uit van het UNESCO- werelderfgoed “Historisch centrum van de stad Arequipa”.
De vrouwen die als nonnen het klooster binnenkwamen, waren witte criolla’s en mestiezen uit rijke families. Het verhaal vertelt over het inkomen van de zogenaamde “arme nonnen” die, zonder geld om een bruidsschat te betalen, binnenkwamen om hun deugden te beoefenen. Het is bekend dat de citadel halverwege de 18e eeuw meer dan 300 vrouwen in habijt en dienstmeisjes telde.
Op 13 juni 1747 verhuisde een groep van vier nonnen van het Santa Catalina-klooster naar het nieuw gebouwde Santa Rosa-klooster , gelegen op de hoek van de straten San Pedro en Santa Rosa, om daar een nieuwe religieuze gemeenschap te stichten, die daar tot op de dag van vandaag bestaat.
Het Santa Catalina-klooster was gehuld in een sluier van mysterie en stilte tot 1970, toen een groot deel van het klooster zijn deuren opende voor het publiek. De nonnen lieten het beheer ervan over aan een particulier bedrijf. Nonnen wonen nog steeds in het noordelijke deel van het complex.
De citadel is gesticht op 10 september 1579. De citadel ligt in een gebied dat opvalt door zijn natuurlijke schoonheid, het aangename klimaat en het prachtige materiaal waarmee de architectuur van deze stad is gebouwd en nog steeds wordt gebouwd: tufsteen . In het klooster zijn er twee soorten tufsteen: de witte, afkomstig van de Chachani- vulkaan, en de roze tufsteen, afkomstig van de Misti , het symbool van de stad.
De citadel beslaat een oppervlakte van 20.000 vierkante meter en “vormt een echte, kleine stad, gekenmerkt door een veelheid aan straten, enigszins kronkelig, gebroken en smal.” En is volledig geïsoleerd van de stad, ondanks dat ze er middenin ligt. Een grote, solide muur van vier meter hoog isoleerde het leven van de vrouwen die het klooster bewoonden .
De smalle straatjes en kloosters staan vol met kleurrijke bloemen en de muren zijn beschilderd met frisse kleuren. Smalle steegjes leiden naar de verschillende delen van het klooster, langs pittoreske plekjes en woon- en slaapvertrekken met het originele meubilair.







Het entreeportaal is versierd met een reliëf van Sint Catharina van Siena , onder wiens patronage het klooster werd gesticht. Het is uitgehouwen in de massieve tufstenen muur die het hele blok omsluit. De sobere eenvoud van vormen en kleuren van deze bekleding contrasteert met de vrolijke kleuren die de bezoeker in de binnenruimtes aantreft.
De Binnenplaats van de Stilte was de plek waar de nonnen bijeenkwamen om in volledige stilte de Heilige Rozenkrans te bidden en de Bijbel te lezen.

Het Klooster van los Naranjos dateert uit 1738. Het dankt zijn naam aan de aanwezigheid van sinaasappelbomen . De drie kruisen in het midden van de kloostergang maken deel uit van een traditie van het Santa Catalina-klooster, waar de nonnen elke Goede Vrijdag het lijden van Christus uitbeelden .
Het Grootklooster is gebouwd tussen 1715 en 1723, is dit de grootste kloostergang van het klooster. Aan de linkerkant bevinden zich 5 biechtstoelen die de nodige privacy boden. Rondom bevinden zich schilderijen ter voorbereiding, onderricht en catechisatie van nonnen, net als in de andere twee kloostergangen. Er zijn in totaal 32 koloniale schilderijen, waarvan 23 verwijzen naar het leven van Maria en 9 naar het openbare leven van Jezus.
De nonnen verbouwden zoveel mogelijk alles, dat is heden ten dagen wel anders. In de moestuin staat nog een relikwie van het prille begin een 1000 jaar oude avocado-boom.

Een bewaard gebleven historische keuken in het klooster. Deze keuken trekt veel aandacht vanwege de bijzondere omgeving die ons eeuwen terugvoert. Sommige experts geloven dat het hoge koepelplafond te danken is aan het feit dat de keuken als kapel werd of zou worden gebruikt. De keuken werkte op kolen , brandhout en andere brandstoffen, daarom zijn alle muren zwartgeblakerd en zijn de gebruiksvoorwerpen die erin te zien zijn, origineel uit die tijd

De urnen werden gebouwd in 1770, toen Arequipa via sloten van water werd voorzien. We vinden er twintig halve urnen, grote kleibakken die vroeger gebruikt werden om graan, maïs of wijn in te bewaren, en die als dienbladen dienden. Het water liep door een centraal kanaal, dat naar elke kruik werd geleid door er een steen op te leggen. Onderin het dienblad werd een stop geplaatst, die na het wassen werd verwijderd en het water stroomde naar het ondergrondse kanaal dat het afval naar de rivier afvoerde.

We nemen afscheid van Joanna en keren terug richting hotel. Na al deze informatie overload over de historie van Arequipa willen we gewoon lekker eten bij een leuk tent en dat wordt ChiChi.


We eten er heerlijk en keren verzadigd terug.

Morgen freestylen in Arequipa.
Ah die kleine lama, zo schattig!