Over huisjes, buffels en menhirs

Het ontbijt is weer super, ons hotel weet daar iedere keer een feestje van te maken. In dit geval, is zelfs voor de WHT een apart voedsel uitgave punt neergezet.

Deze ochtend starten we met wat regen wat heel normaal is in dit deel van Sulawesi. Na het ontbijt worden we door gids Martin en chauffeur Yusri opgehaald en vertrekken we om ondergedompeld te worden in de Toraja samenleving.

We starten in een belendend dorp vlakbij waar we een typische Toraja dorp gaan bekijken. Gids Martin legt ons eerst e.e.a. uit over familie in de Toraja samenleving . Familie is het belangrijkste in de Toraja-samenleving. Elk dorp is één uitgebreide familie, waarvan de zetel de tongkonan is, een traditioneel Toraja-huis. Elke tongkonan heeft een naam, die de naam van het dorp wordt. De familiehoofden handhaven de eenheid van het dorp. Huwelijken tussen verre neven en nichten (vierde neven en nichten en verder) zijn een gebruikelijke praktijk die de verwantschap versterkt . De Toraja-samenleving verbiedt huwelijken tussen naaste neven en nichten (tot en met de derde neef) – behalve voor edelen, om de verspreiding van eigendommen te voorkomen. Familie betekent dat de uitgebreide familie elkaar helpt met boeren, buffelrituelen deelt en schulden afbetaalt.

In de vroege Toraja-samenleving waren familierelaties nauw verbonden met de sociale klasse . Er waren drie lagen: edelen , gewone burgers en slaven. Klasse werd geërfd via de moeder. Het was daarom taboe om ‘lager’ te trouwen met een vrouw van lagere klasse. Aan de andere kant kon trouwen met een vrouw van hogere klasse de status van de volgende generatie verbeteren. Gewone mensen en slaven mochten geen dodenfeesten houden. Rijkdom werd geteld door het bezit van waterbuffels .

Het inheemse geloofssysteem van Toraja wordt aluk genoemd , of “de weg”. In de mythe van de Toraja kwamen de voorouders van het Toraja-volk via trappen uit de hemel, die vervolgens door de Torajanen werden gebruikt als communicatiemiddel met Puang Matua , de Schepper . De kosmos is volgens aluk verdeeld in de bovenwereld (hemel), de wereld van de mens (aarde) en de onderwereld. Eerst waren hemel en aarde getrouwd, daarna was er duisternis, scheiding en uiteindelijk licht. Dieren leven in de onderwereld, die wordt vertegenwoordigd door een rechthoekige ruimte omsloten door pilaren, de aarde is voor de mensheid en de hemelwereld bevindt zich daarboven, bedekt met een zadelvormig dak.

Tongkonan zijn de traditionele Torajan voorouderlijke huizen. Ze staan hoog op houten palen, met daarbovenop een gelaagd gespleten bamboe dak in de vorm van een brede gebogen boog, en ze zijn gegraveerd met rode, zwarte en gele gedetailleerde houtsnijwerken op de buitenmuren. Het woord “tongkonan” komt van het Torajan tongkon (“zitten”). Tongkonan zijn het centrum van het Torajaans sociale leven.

De rituelen die met de tongkonan worden geassocieerd, zijn belangrijke uitingen van het Torajaans spirituele leven, en daarom worden alle familieleden gedwongen om deel te nemen, omdat de tongkonan symbolisch gezien de banden met hun voorouders en met levende en toekomstige verwanten vertegenwoordigt. Volgens de Torajaans mythe werd de eerste tongkonan in de hemel gebouwd op vier palen, met een dak van Indiaas doek. Toen de eerste Torajaans voorouder naar de aarde afdaalde, imiteerde hij het huis en hield een grote ceremonie. De bouw van een tongkonan is arbeidsintensief werk en wordt meestal gedaan met de hulp van de uitgebreide familie. Er zijn drie soorten tongkonan . De tongkonan layuk is het huis van de hoogste autoriteit, gebruikt als het “centrum van de regering”. De tongkonan pekamberan behoort toe aan de familieleden die enige autoriteit hebben in lokale tradities . Gewone familieleden wonen in de tongkonan batu .

De exclusiviteit voor de adel van de tongkonan neemt af, omdat veel Torajan-burgers lucratieve werkgelegenheid vinden in andere delen van Indonesië. Omdat ze geld terugsturen naar hun families, maken ze de bouw van grotere tongkonan mogelijk.

Aangezien dit dorp door veel toeristen wordt bezocht is het daar ook op ingericht. Het dorp zelf is redelijk intact gebleven echter de straten ernaar toe zijn met marktkramen en souvenir-winkels niet de meest favoriete plek van de WHT.

Toch moet hij er doorheen om een paar graven van deze Tongkonan te kunnen bekijken, na gisteren hebben deze graven toch meer betekenis gekregen voor de WHT en MJ.

Op de terugweg valt MJ voor wat houtsnijwerk van de Torajanen en na keihard onderhandelen weet zij voor een goede prijs twee mooie panelen te scoren.

We lopen terug richting auto en de eerste toeristen families komen aan in het dorp. Zoals gebruikelijk willen de vrouwen met MJ op de foto, dit keer is de WHT niet in trek tot zijn grote vreugde bereikt hij ongeschonden de expeditie SUV.

Voort gaan we nu richting de buffel markt, in Nederland mag zo’n verzameling aan runderen i.v.m. mond en klauwzeer echt niet meer, maar hier in Toraja hebben ze zo’n duizend buffels op display staan.

De beesten worden uitstekend behandeld, ze worden met de hand gevoerd, ze worden gekamd en geknipt en om de zoveel tijd nat gespoten.

Een beetje buffel kost zo’n slordige vijftien tot vijfentwintig duizend euro dus de verkoper zorgt goed voor zijn schatten.

Na een tijdje rondgekeken te hebben verlaten wij de markt en gaan de passar malam op. Daar komen we weer van alles tegen; van klewangs tot aan rijst in allerlei kleuren.

Het onvermijdelijke palm wijn produceren en de consumptie daarvan.

Gelukkig vinden we ook nog iets waar MJ al lang opzoek naar is om een van haar manden in het koude kikkerlandje te repareren. Aangezien we maar 1 stuk nodig hadden krijgen we het voor niets.

We kopen wat koffie bonen want daar staat de streek Toraja bekend om.

De WHT geeft nog wat advies over het maken van een derailleur. De mannen zijn er erg blij mee…

Dan gaan we een lekker bakkie doen midden in een Tongkonan ergens onderweg, Palawa genaamd.

MJ wordt belaagd door sarong verkoopsters maar weet deze tsunami te weerstaan. Uiteindelijk bezwijkt MJ toch maar heeft dan wel een prachtig doek gescoord.

Volgende stop is ergens op een berg Lembang Lempo, tijdens de tocht erheen stuiten we op pyroclastica van gigantische afmetingen die als door een reuzenhand in het landschap uitgestrooid zijn.

Best wel handig voor de edelen in de omgeving want daar kan je mooi een graf in maken.

Na een prettige lunch met een geweldige view, hiken we naar beneden.

Officieel staat er twee uur voor maar de WHT en MJ lopen prima door en zetten een nieuw track record, 50 minuten.

Daarna gaan we door richting Bori Parinding. Daar zijn de menhirs die een megalithische begrafenisplaats vormen. Dit complex heeft het grootste menhirveld in de regio met meer dan 100 menhirs verspreid over een open gebied, die de dode edelen vertegenwoordigen die begraven liggen in dit oude begraafplaatscomplex. We stoppen er kort en nemen er wat foto’s en luisteren naar de informatie van gids Martin.

Daarna vinden we het welletjes en gaan richting hotel en in de regen met de paraplu’s op het hoofd bij het huisje een heerlijk glaasje wit drinken,

daarna eten we a la carte, rekenen af en gaan vroeg naar bed.

Morgen richting het Poso meer, 05:00 u op.

One thought on “Over huisjes, buffels en menhirs”

Leave a Reply